Bodemmaterialen voor speelgelegenheden
       
Organisatie
Nieuws
Zoeken
Contact
Sitemap
 
 

  Bodemmaterialen
 


Homepage


Voor consumenten
Consumententips
Brandveiligheid
Klachten, klagen
Kinderen
Recreatie
Schoonhouden
Wat is goedgekeurd?


Voor professionals
Alle opleidingen
Brancheorganisaties
Consumentenproducten
Gemeentelijke diensten
Kinderopvang
Speelgelegenheden
Zwemgelegenheden


Catalogus van ...
Keurmerken en
 erkenningsregelingen

Labels, etiketten
 en classificaties



Overig
Nieuwsbrieven
Gastpagina's
Alles over keurmerken

Bodemmaterialen voor speelgelegenheden
 

Het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen stelt naast eisen aan speeltoestellen ook eisen aan de bodem onder speeltoestellen. De maximale valhoogte van een bodemmateriaal is de hoogte waarbij het risico van een val aanvaardbaar wordt geacht. Hoe hoger het speeltoestel, des te hoger moet de maximale valhoogte van het bodemmateriaal zijn.

Naast de maximale valhoogte spelen natuurlijk ook andere eigenschappen van bodemmaterialen een rol bij de aanschaf. Denk bijvoorbeeld aan de aanschafprijs, de duurzaamheid, de praktische toepasbaarheid en de mate van onderhoud dat een bodemmateriaal vraagt.

Consumentenkeurmerk
Wetten en normen
 

Op 26 maart 1997 is het Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen in werking getreden. Per 1 september 2003 is het ondergebracht in de Warenwet als het besluit Attractie- en speeltoestellen. Dit besluit stelt naast eisen aan speeltoestellen ook eisen aan de bodem onder speeltoestellen. Zo schrijft het Besluit voor dat gevaren ten gevolge van het gebruik uitgesloten moeten worden gedurende de levensduur van het speeltoestel. Omdat een val vanaf een speeltoestel nooit helemaal te vermijden zal zijn, moeten de bodemmaterialen zo worden gekozen dat bij een val de gevolgen zo beperkt mogelijk blijven. De maximale valhoogte van een bodemmateriaal is de hoogte waarbij het risico van een val aanvaardbaar wordt geacht. Met name de kans op hersenletsel weegt daarbij zwaar. Hoe hoger het speeltoestel, des te hoger moet de maximale valhoogte van het bodemmateriaal zijn. De bodem onder speeltoestellen moet voldoende schokdempende eigenschappen bezitten als de vrije valhoogte meer is dan 60 cm.

In het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen is aangekondigd dat bepaalde normen aangewezen kunnen worden. Inmiddels heeft de wetgever de normen EN 1176 en EN 1177 aangewezen. Dit houdt in dat wanneer aan deze normen wordt, u met grote waarschijnlijkheid voldoet aan het vereiste veiligheidsniveau. Oftewel, voldoen aan de normen (EN 1176-1 en EN 1177) geeft nooit een volledige garantie dat het product, in dit geval bodemmateriaal, altijd 100% veilig is en dat letsels altijd voorkomen zullen worden. Een norm is immers een richtlijn en geen eis. Uit de normen kan het volgende worden afgeleid.

Vrije valhoogte
omhoog

Met vrije valhoogte wordt bedoeld: de grootste afstand, loodrecht gemeten, tussen een duidelijk bedoeld steunpunt voor het lichaam en het daaronder gelegen oppervlak van de bodem of ander toesteldeel.
Vrije valhoogte rekstok Vrije valhoogte balustrade Vrije valhoogte schommel

    De tekeningen (bron EN 1176-1: 1998) tonen de vrije valhoogte (h) voor een drietal speeltoestellen. De Europese norm staat een maximale vrije valhoogte voor speeltoestellen toe van 3 meter.

Opvangzone
omhoog

De opvangzone is het gebied rondom een speeltoestel waar bodemmateriaal met schokdempende eigenschappen moet liggen. De vereiste afmetingen van de opvangzone zijn afhankelijk van de vrije valhoogte van het speeltoestel. Zo moet bijvoorbeeld bij een vrije valhoogte van 3 m een afmeting van minimaal 2,5 m gehanteerd worden (zie tabel).

opvangzone in relatie tot vrije valhoogte

HIC-waarde
omhoog

Over de maximale valhoogte bestaat een aantal misverstanden. Het is namelijk niet zo dat een kind niets kan gebeuren bij een val op een goed bodemmateriaal. Als een kind ongelukkig terecht komt kan het nog een flinke hersenschudding oplopen. Ook is een botbreuk, bijvoorbeeld een gebroken pols, niet uitgesloten. Een groot deel van de norm EN 1177 is vooral gericht op het beperken of voorkomen van hoofdletsel. Vandaar dat de effectiviteit van het materiaal wordt bepaald aan de hand van het Head Injury Criterion, oftewel de HIC-waarde.

Tijdens de test wordt een proefhoofd (aluminium bol) met meetapparatuur erin van verschillende hoogtes los gelaten. Als acceptabele grenswaarde wordt een HIC- waarde van maximaal 1000 gehanteerd. Ondanks de nadruk op hoofdletsel mag worden verwacht dat goede bodemmaterialen ook andere soorten letsel zullen verminderen; er wordt alleen niet specifiek op getest.

Materiaalsoorten
omhoog

Bodemmaterialen voor speelgelegenheden zijn onder te verdelen in de volgende groepen:

  • Los anorganisch materiaal: fijn grind, zand

  • Los organisch materiaal: houtsnippers, boomschors

  • Aarde en gras

  • Kunststof materiaal: kunststof tegels, kunststof matten, ter plaatse aangebrachte kunststoflaag, kunstgras

  • Vast materiaal: beton, asfalt, bestratingsmateriaal.

Naast deze materiaalsoorten worden tegenwoordig ook andere bodemmaterialen voor speeltoestellen gebruikt, zoals ballen in een ballenbak. Dergelijke materialen worden hier verder niet vermeld. Wanneer u ballen als bodemmateriaal wilt aanschaffen vraag dan bij de leverancier een certificaat of testrapport waarop de geschiktheid voor de door u gewenste valhoogte vermeld staat.

De Europese norm EN 1177 geeft richtlijnen voor de toegestane maximale valhoogte bij het gebruik van een aantal natuurlijke bodemmaterialen. De norm beschrijft een testmethode voor het beoordelen van andere bodemmaterialen (bijvoorbeeld kunststof tegels). Leveranciers van deze materialen kunnen deze test laten toepassen.

Stappenplan veilige bodembedekking
omhoog

Bij de aanschaf van de juiste bodemmaterialen, de plaatsing en het onderhoud wordt aanbevolen het volgende stappenplan te doorlopen.

Bepaal de maximale valhoogte en de opvangzone van uw speeltoestel(len)
Voordat u bodemmaterialen kunt aanschaffen dient u de maximale valhoogte van uw speeltoestel(len) bepaald te hebben, en de minimale afmeting van de opvangzone waar het bodemmateriaal moet (komen te) liggen. Hoewel u onder speeltoestellen met een vrije valhoogte van maximaal 60 cm geen schokdempende bodemmaterialen hoeft toe te passen, dient u er wel voor te zorgen dat de opvangzone (minimale afmeting 1,5 m) vrij is van obstakels en dergelijke.

Aanschaf van de bodemmaterialen: informatie verzamelen
Zorg dat u op de hoogte bent van de maximale valhoogte van het bodemmateriaal dat u aanschaft/aangeschaft heeft. Raadpleeg hiervoor de merkspecifieke informatie op deze website, of vraag testrapporten op van de leverancier. Verzeker u ervan dat de valhoogte geschikt is voor (de hoogte van) uw speeltoestellen. Het is tevens belangrijk te weten op welke ondergrond het materiaal gelegd dient te worden. Er wordt namelijk een hogere valdemping bereikt wanneer de ondergrond uit zand bestaat dan uit bijvoorbeeld beton. Vraag dit dus na bij de aanschaf.

Juiste plaatsing van de bodemmaterialen: vakkundigheid
Houd rekening met de aanwijzingen van de leverancier met betrekking tot geschikte onderlagen voor de bodemmaterialen. Zorg dat het leggen van het materiaal vakkundig gebeurt volgens de instructies van de leverancier, laat het bij voorkeur over aan deskundigen. Houd ook rekening met de opvangzone rondom de speeltoestellen die voorzien moet zijn van (bij voorkeur één en hetzelfde) schokdempend materiaal, deze zone is vaak groter dan u denkt. Houd bij het toepassen van losse materialen (zand, grind, houtsnippers en dergelijke) een extra laagdikte aan van 200 mm boven op de genoemde laagdiktes in voorgaande tabellen. Door het verplaatsen van het materiaal zal de laag plaatselijk altijd dunner worden, en dan juist op de plaatsen waar kinderen vaak neerkomen. Let er op dat funderingen niet uitsteken. De bovenzijde van poeren dient over het algemeen minimaal 400 mm onder het maaiveld te zitten. Hier kan van afgeweken worden indien van vaste bodemmaterialen gebruik wordt gemaakt. Raadpleeg bij twijfel altijd een deskundige.

Onderhoud van de bodemmaterialen
Het leggen van het juiste bodemmateriaal onder speeltoestellen is natuurlijk een goed begin, maar de nieuwe wetgeving eist meer. U als beheerder bent verantwoordelijk voor onderhoud van de speelgelegenheid. En om de juiste schokdemping van bodemmaterialen te behouden is goed onderhoud nodig. Het in stand houden van de optimale situatie is rechtstreeks van invloed op de veiligheid. Inspecteer de bodemmaterialen regelmatig en voer zo nodig onderhoud en reparaties uit. De laagdikte van losse bodemmaterialen moet geregeld worden gecontroleerd en zo nodig worden aangevuld. Gebreken aan bodemmaterialen of speeltoestellen veroorzaakt door vandalisme, dienen direct hersteld te worden om te voorkomen dat ze meer vandalisme uitlokken. Denk eraan ook aanpassingen aan het bodemmateriaal bij te houden in het logboek. Het is verplicht een logboek te hebben en bij te houden voor elk speeltoestel.

Beoordelingsprocedure
omhoog

Leveranciers van bodemmaterialen kunnen hun producten bij het Keurmerkinstituut aanmelden voor vermelding in het overzicht van gekeurde materialen. De meegeleverde informatie wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria.

Eisen aan de bepaling van de valdempende waarde
De valdempende waarde en de maximale valhoogte moeten zijn bepaald aan materiaal dat is aangebracht volgens de meegeleverde plaatsings-/leginstructies. Ze moeten zijn gemeten volgens de Europese norm EN 1177, dan wel een gelijkwaardige methode; het rapport mag niet ouder zijn dan 3 jaar. Als een leverancier over meerdere testuitslagen beschikt, geldt die op basis van de meest recente versie van de norm. De valdempende waarde moet zijn bepaald bij een representatief monster van het materiaal; bij grote productiespreiding moet een naar verhouding grotere steekproef worden genomen. Vermeld moet zijn op welke ondergrond het bodemmateriaal is getest. Wanneer het bodemmateriaal op zand wordt getest zal er namelijk een grotere valhoogte mogelijk lijken dan wanneer het materiaal op beton is getest. In de tabellen wordt, indien van toepassing, vermeld voor welke ondergrond het materiaal (en de vermelde valhoogte) geschikt is. Het onderzoeksinstituut dat de voor het materiaal maximale valhoogte bepaalt moet in staat zijn volgens EN 1177 te werken.

Eisen aan de leverancier van het bodemmateriaal
Vóór de opname in de onderstaande overzichten van een specifiek bodemmateriaal verplicht de leverancier zich tegenover het Keurmerkinstituut de valeigenschappen van het vermelde materiaal constant te houden, c.q. wijzigingen onverwijld te melden, zich in te zetten voor het juist aanbrengen van het materiaal, o.a. door het meeleveren van duidelijke instructies, en bij vermelding van agenten/tussenleveranciers een bewijs te overleggen dat zij daadwerkelijk dezelfde materialen onder dezelfde naam leveren. Deze verplichtingen worden vastgelegd in een overeenkomst met het Keurmerkinstituut.

Beperkingen van de procedure
De volgende kanttekeningen moeten worden geplaatst bij de toegepaste beoordelingsprocedure.
- Het Keurmerkinstituut beoordeelt de testgegevens van leveranciers en voert dus niet zelf de testen uit.
- Alleen leveranciers van bodemmaterialen die hun bodemmaterialen ter beoordeling hebben aangeboden én voldoen aan de gestelde criteria zijn opgenomen. U kunt er niet automatisch vanuit gaan dat andere niet specifiek vermelde bodemmaterialen van genoemde leveranciers ook aan de gestelde eisen van het Keurmerkinstituut voldoen. U kunt er ook niet automatisch vanuit gaan dat niet opgenomen leveranciers per definitie onveilige bodemmaterialen leveren.

   

 

 

 



 
Created by Twin-R