| |
Homepage
Voor consumenten
Consumententips
Brandveiligheid
Klachten, klagen
Kinderen
Recreatie
Schoonhouden
Wat is goedgekeurd?
Voor professionals
Alle opleidingen
Brancheorganisaties
Consumentenproducten
Gemeentelijke diensten
Kinderopvang
Speelgelegenheden
Zwemgelegenheden
Catalogus van ...
Keurmerken en
erkenningsregelingen
Labels, etiketten
en classificaties
Overig
Nieuwsbrieven
Gastpagina's
Alles over keurmerken
|
Met het oog op de toekomst |
  |
De rol van een consumentenkeurmerk bij producten en diensten
29 oktober 1998, Museon, Den Haag
Met een vernieuwd keurmerk de 21e eeuw in. Het Keurmerkinstituut presenteerde op 29 oktober tijdens een studiemiddag in het Museon te Den Haag het vernieuwde keurmerk Goedgekeurd Keurmerkinstituut. Dit keurmerk is de opvolger van de keurmerken "Goedgekeurd Ned. Ver. van Huisvrouwen " en "Goedmerk". Zie ook het verslag van de restylingsoperatie.
Op de studiemiddag heeft de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen, mw. M.K. Lebbink-Koerselman, het nieuwe consumentenkeurmerk onthuld. De studiemiddag werd geleid door Henk Kool, freelance journalist en vice-voorzitter van de NVJ (Nederlandse Vereniging van Journalisten).
|  |
Programma |
Omhoog |
|
13.30 Ontvangst
14.00 Opening
14.05 Onthulling van het nieuwe keurmerk door mw. Marjan Lebbink-Koerselman (voorzitter NVVH)
14.10 Met een vernieuwd keurmerk de 21e eeuw in, mw. Marjan Lebbink-Koerselman
14.25 Ontstaansgeschiedenis van het nieuwe keurmerk, mw. drs. Loukie Levert (Voorlichtster Keurmerkinstituut)
14.40 Consumentengedrag vandaag en morgen, dr. Jan Schoormans (TU - Delft, Vakgroep Bedrijfskunde van de productontwikkeling). Schets van tendensen in informatiebehoeften voor consumentenproducten en -diensten.
14.55 De rol van keurmerken bij consumenteninformatie, dr. Rik Riezebos (Erasmus Universiteit, Faculteit Bedrijfskunde)
15.10 De rol van Internet als communicatieplatform, dhr. Stan Polman (Manager Corporate Internet, Rabobank Nederland)
|  |
Pauze |
Omhoog |
15.45 Hoe bereik je de consument met een keurmerk?, mw. Marianne Smit (Max Havelaar)
16.00 Een seniorenkeurmerk of keurmerk voor gebruiksgemak?, mw. ir. C.A. Stephan, (KITTZ. Kwaliteits Instituut voor Toegepaste ThuisZorgvernieuwing)
16.15 Niet alles is bij wet geregeld, dr. Wim H.J. Rogmans (directeur Consument en Veiligheid)
16.30 Beleid van het Keurmerkinstituut, drs. Willem van Weperen (directeur Keurmerkinstituut)
16.40 Discussie tussen panel (sprekers) en de zaal.
17.00 Cocktail
|
Met een vernieuwd keurmerk de 21e eeuw in |
Omhoog |
Marjan Lebbink, voorzitter NVVH
Toen de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen in 1912 werd opgericht, was het uitgangspunt dat huishoudelijk werk gedaan werd door vrouwen. Het werk moest zo goed mogelijk gebeuren én waardering krijgen. De vereniging was met recht een vakbond voor huisvrouwen. In die tijd was dat zeer vooruitstrevend. Niet vreemd dus, dat de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen niet lang daarna, in 1926, de eerste consumentenorganisatie oprichtte, om meer voorlichting te geven aan consumenten, maar ook aan fabrikanten. Dit werd het instituut tot Voorlichting bij Huishoudelijke Arbeid (IVHA). Dit instituut keurde producten en maakte propaganda voor: (ik citeer) "praktisch en degelijk materiaal, dat, dankzij deze keuring en aanbeveling, gereeden aftrek" zou vinden. Tegelijk met de oprichting ervan werd het keurmerk "goedgekeurd Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen" ingevoerd (1926). Tot de eerste artikelen waarmee het instituut zich bezighield, behoorden: een steelpan die bij de steel niet schoon te krijgen was, en dozen postpapier waarin te weinig papier zat in verhouding tot de envelopen.
In de jaren '60 kwam er ook voor vrouwen werkgelegenheid. In de huishoudens vonden arbeidsbesparende apparaten hun plaats. Uitvindingen, zoals de pil, gaven vrouwen de mogelijkheid om zelf te bepalen wanneer en hoeveel kinderen ze kregen en daarmee de kans hun loopbaan te plannen. De veelzijdigheid van het eigen werk gaf de vrouwen inzicht in knelpunten en problemen in het nationaal huishouden waarvan zij deel uitmaakten. Op grond daarvan dachten zij vele vernieuwingen uit, waarvan zij niet alleen zelf voordeel hadden maar ook de burger in het algemeen. De vereniging voerde actie voor het verlagen van de prijzen van eerste levensbehoeften. Ze stimuleerde het vakonderwijs. Gaf adviezen op het gebied van woningbouw. Hielp peuterzalen oprichten en was actief op het gebied van milieubeheer en consumentenbelangen. De doelstellingen van de vereniging gingen ook met de tijd mee. In 1984 werd onze eerste doelstelling: het behartigen van de belangen van de vrouw.
In diezelfde beginperiode van de jaren '60 vond de vereniging het verstandiger het Instituut Voor Huishoudkundig Advies (IVHA) los te maken van de vereniging. De stichting IVHA werd opgericht en zij werd belast met het NVVH-keurmerk. Het was niet meer een kwestie van reclameren over een pan of het tellen van postpapier en envelopen. Professionalisering van het keuringswerk was nodig. Hetgeen uiteindelijk leidde tot een meer zelfstandige organisatie: de Stichting Keurmerkinstituut Konsumentenproducten. Niet alleen de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen ging dus met haar tijd mee, maar ook het instituut. De betrokkenheid van de vereniging is nog steeds groot, maar nu meer geconcentreerd op de inhoud van de keuringseisen.
Hoe staat het er nu voor met de NVVH in 1998? We gaan nog steeds met onze tijd mee. We praten over de NVVH en niet meer over de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen. (Per slot is het de ANWB ook gelukt - of weet u nog precies waar de letters voor staan?!). Wij zijn een vrouwenorganisatie met een consumentenpoot. We hebben, samen met andere vrouwenorganisaties, veel bereikt maar er is nog veel werk te doen. Niet voor niets kiezen de leden een thema als "veranderende normen en waarden" en praten en schrijven we hierover. Trekken aan de bel bij overheden over onderwerpen als zorg, arbeid en veiligheid. Intern zijn we onze werkwijzen aan het moderniseren. Kortom, er is nog genoeg werk aan de winkel. Wij gaan optimistisch de 21e eeuw in. De NVVH blijft bewust in beweging.
Dat is ook de reden dat we ook nu nog steeds samenwerken met het Keurmerkinstituut. Tot vandaag beheerden zij ons keurmerk: Goedgekeurd Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen. Ook dat zet de consument op het verkeerde been. Wij keuren al lang niet meer; dat doet het Keurmerkinstituut. Dat de restyling lang duurde, is begrijpelijk. Wie kent het "Groenzegel" niet. Een zegel dat al 72 jaar bestaat en bijna nationaal bezit is. Het getuigt van moed om dit te veranderen. Het getuigt ook van vernieuwing en durf. Het betekent dat ook het Keurmerkinstituut met zijn tijd mee wil gaan. Het geeft meer helderheid voor de consument en dat is iets waar de NVVH achter staat. Wij zullen het Keurmerkinstituut kritisch volgen. De band tussen ons wordt vandaag niet verbroken. We zullen in de toekomst blijven samenwerken; breder en misschien met een andere invulling. Ik denk bijvoorbeeld aan het keurmerk op "diensten". Kinderopvang bijvoorbeeld. Wij juichen dat toe.
Er is nog veel werk te doen. Voor het Keurmerkinstituut en voor de NVVH. Zo blijven we beiden "bewust in beweging". De NVVH ziet toekomst voor dit keurmerk en denkt dat met deze prachtige face-lift van de 72-jarige, de 21e eeuw en de daaropvolgende makkelijk te halen is. |
Consumentengedrag vandaag en morgen |
Omhoog |
Jan Schoormans, TU Delft
Door de stijgende koopkracht, stijgend aanbod van steeds in prijs dalende producten en diensten en de voortdurende situatie van welvaart voor velen is het gedrag van consumenten veranderd. De huidige consument onderscheidt zich op een aantal punten duidelijk van de consument van enkele tientallen jaren terug. Zo zien we tegenwoordig twee soorten consumentengedrag.
Allereerst noemen we het hedonisch consumentengedrag. Dit is consumentengedrag dat vooral gericht is op het plezier dat het winkelen en het consumeren schenkt. Om aan dit gedrag tegemoet te komen worden grote winkelcentra ontwikkeld waar naast het productaanbod, het plezier en de prettige omgeving een belangrijke component vormt. Daarnaast onderscheiden we de praktische of functionele consument die - bijna traditioneel- op zoek is naar het product dat het beste de gewenste functies vervult, en dit liefst tegen een gunstige prijs. Deze laatste vorm van consumentengedrag wordt wel modern ingevuld, met nadruk op gemak, service en kwaliteit. Men wil met andere woorden snel en gemakkelijk het beste product aanschaffen. Men wil hierbij ook best afwijken van de traditionele retailkanalen. Bij het zoeken naar het beste product ziet deze praktische consument dat het aanbod van producten zich steeds sterk vernieuwt en dat veel producten een sterk technologische kant krijgen.
Daarnaast zien we dat vele producten een dienstencomponent krijgen. Dit maakt het snel en gemakkelijk kiezen uit productalternatieven moeilijk. Zo is het bijvoobeeld voor consumenten erg moeilijk om op basis van simpele argumenten te kiezen uit het huidige aanbod van mobiele telefoonabonnementen. Hierdoor ontstaat de situatie dat consumenten onzeker worden over dit productaanbod. Deze onzekerheid zien we ook bij consumenten die overwegen een dienst aan te schaffen. Iedereen zal aanvoelen dat het voor een consument moeilijk te beantwoorden vragen zijn welke crèche of financiële dienstverlener men moet kiezen. Nu de consumptie van diensten zo sterk is toegenomen zijn de vragen bij de consument over de kwaliteit van diensten eveneens toegenomen.
Er valt kort gezegd te concluderen dat een flink deel van het consumentengedrag nog steeds gepaard gaat met veel onzekerheid over de juistheid van de keuzes die men maakt. Iets wat nauwelijks veranderd is in de tijd. Het terrein waarop deze onzekerheid gevoeld wordt is wel wat verschoven naar nieuwe en complexer producten en diensten. Juist bij het wegnemen van de onzekerheid van de consument ten aanzien van deze complexe producten en van diensten zal een keurmerk in de huidige en toekomstige markt een belangrijke rol kunnen spelen.
|
De rol van keurmerken bij consumenteninformatie |
Omhoog |
Rik Riezebos, Erasmus Universiteit, Rotterdam
In deze bijdrage staat de marketingwaarde van keurmerken centraal. Allereerst worden keurmerken geclassificeerd aan de hand van twee dimensies:
1 De functie: kwaliteitssignaal vs. maatschappelijke verantwoordelijktield (resp. Kema-Keur en Rugmark);
2 De promotiewaarde: laag vs hoog (resp. Kema-Keur en Keurslager).
Aan de hand van deze dimensies wordt een keurmerk gedefinieerd als: een keurmerk/certificaat is een collectief merk dat als additioneel onderscheidingsteken wordt vermeld op producten (waren en diensten), dat bedoeld is om kwaliteitssignalen af te geven en/of de maatschappelijke verantwoordelijkheid van die producten of productieprocessen te waarborgen en dat door een onafhankelijke instantie wordt verleend.
Vervolgens wordt aan de hand van de mate van onafhankelijkheid de volgende onderverdeling aangebracht:
1 Eerstegraads keurmerken: worden verstrekt volgens een procedure die is goedgekeurd door de Raad voor Accreditatie (RvA)
2 Tweedegraads keurmerken: worden verstrekt volgens een procedure die niet is goedgekeurd door de RvA (veelal gaat het hier om branche-organisaties).
Tenslotte wordt betoogd dat in de toekomst wellicht "quasi-keurmerken" zullen ontstaan; tekens die consumenten als keurmerk opvatten maar in werkelijkheid door een enkele fabrikant worden gevoerd (deze tekens zou men kunnen benoemen als derdegraads "keurmerken").
In deze lezing worden de volgende stellingen geponeerd.
1 Het succes van een keurmerk wordt bepaald door de mate waarin consumenten het niet meer als keurmerk ervaren.
2 Een keurmerk is een marketing-instrument waarbij de kosten worden gedeeld door meerdere gebruikers
3 In de toekomst zal het gebruik van derdegraads keurmerken toenemen.
|
De rol van Internet als communicatieplatform |
Omhoog |
Stan Polman, Rabo-bank Nederland
Voor een financiële dienstverlener als de Rabobank gaat Internet als communicatie- en distributieplatform een steeds grotere rol spelen. Nu is het bereik van het medium nog beperkt. Technisch gezien kan er al heel wat, maar de ontwikkeling gaat snel en straks is meer mogelijk dan nu kan worden overzien. Het informatieaanbod en het bereik groeien.
De Rabobank heeft gedurende vier jaar veel ervaring opgedaan met een aantal nieuwe communicatie- en distributiekanalen. Internet is er één van. Communicatie en distributie krijgen nieuwe dimensies. De rol van traditionele media is niet uitgespeeld en ook andere nieuwe media doen mee in het contact met klanten. De vragen 'Hoe ontwikkelt zich het consumentengedrag' en 'Wat zijn de technische mogelijkheden' zijn bepalend voor Internet als communicatieplatform nu en in de toekomst.
|
Hoe bereik je de consument met een keurmerk? |
Omhoog |
Marianne Smit, Max Havelaar
Het Max Havelaar Keurmerk werd 15 november 1988 geïntroduceerd. In de afgelopen 10 jaar kreeg het Keurmerk een een grote bekendheid. Uit onderzoek van Trendbox blijkt dat 89% van de ondervraagden Max Havelaar Keurmerkkoffie kent. Hoe is deze bekendheid met het Keurmerk tot stand gekomen?
Een betrouwbare, efficiënte manier van werken
De Stichting Max Havelaar heeft tot taak: de ontwikkeling en controle van de eerlijke handelsvoorwaarden, promotie van het begrip 'eerlijke handel' en ondersteuning van kleine boerenorganisaties bij hun handelscontacten. Max Havelaar koop of verkoopt niet, produceert niet. Dat is de taak van de bedrijven die het Keurmerk hebben aangevraagd. Zo doet ieder waar hij of zij goed in is: de boer levert koffie, ervaren koffiebranders melangeren en branden, en de Stichting staat voor een onafhankelijke controle.
Kwalitatieve producten
De kwaliteit van de producten is een randvoorwaarde voor succes. Een goed product is niet altijd een reden om wel te kopen. Een slechte kwaliteit is daarentegen wel een reden om het niet te doen.
Actieve Licentiegebruikers
Onmisbaar voor de verkoop van keurmerkproducten zijn actieve Licentiegebruikers. Een fabrikant moet zijn product en het feit dat het een keurmerk heeft onder de aandacht van de consument en afnemers brengen.
Een goede distributie
Ongeveer driekwart van de aankopen worden op het verkooppunt zelf beslist. Dat betekent dat een goede presentatie op het winkelschap van het grootste belang is. De medewerking van retailorganisaties is daarom essentieel.
Inzet van bevriende organisaties en gemotiveerde consumenten
Een absolute spil zijn enthousiaste gebruikers en sympathisanten van Max Havelaar. Zij vormen de hechte basis door hun constante steun in de vorm van het kopen van de producten, en het aansteken van de mensen om hen heen.
Publiciteit
Het Max Havelaar concept kreeg bij de introductie veel aandacht in de pers. En nog steeds, want het thema 'eerlijke handel' is en blijft een zeer actueel thema.
Mediacampagnes
Niet iedereen leest kranten of kijkt naar het Journaal. Om bekendheid op te bouwen is herhaling van de boodschap nodig. Daarom zijn mediacampagnes in feite onmisbaar. Ze zijn tegelijkertijd ook erg kostbaar.
Tenslotte
Uit hetzelfde onderzoek van Trendbox (eind 1997) bleek dat 38% de belangrijkste betekenis van het Keurmerk (nog) niet weet te noemen en 52% kent wel de naam maar weet niet hoe het Keurmerk eruit ziet. Bovendien: kennen is niet hetzelfde als doen. Er is dus nog veel werk aan de winkel.
|
Een seniorenkeurmerk of keurmerk voor gebruiksgemak? |
Omhoog |
Carien Stephan, KITTZ (KwaliteitsInstituut voor Toegepaste ThuisZorgvernieuwing)
Nieuwe technieken en vormgeving krijgen veel aandacht bij het ontwikkelen van producten. Gebruiksgemak blijft hierbij achter en dat is vreemd, niet alleen omdat de consument geacht wordt deze nieuwe technieken inclusief meer functies (dus meer knoppen) te gebruiken, maar ook omdat de maatschappij vergrijst.
Met het klimmen der jaren komen de ouderdomsbeperkingen: geen krant meer kunnen lezen zonder leesbril, voorzichtiger manoeuvreren op een huishoudtrapje, wat langer tijd nodig hebben om de werking van de magnetron onder de knie te krijgen. Jongeren ondervinden vaak dezelfde ergernissen maar stappen daar gemakkelijker overheen. Bij ouderen kunnen deze ongemakken uitgroeien tot problemen die het zelfstandig functioneren in de weg staan: een ander moet de jampot opendraaien, een (klein)kind wordt gevraagd de video in te stellen. Producenten blijven tot op heden buiten schot. Bij gebruiksongemak ligt de schuld bij de (oudere) consument, niet bij de ontwerper.
Hier moet verandering in komen, zeker gezien de vergrijzing van de maatschappij. Reden voor de ministeries van EZ, VWS en VROM om drie jaar geleden het project Ouderentechnologie te starten. Dit project, gecoördineerd door KITTZ te Groningen heeft als doel bedrijven te stimuleren om producten en diensten beter af te stemmen op de wensen en behoeften van senioren. De gedachte daarachter is dat producten, afgestemd op gebruik door ouderen, tevens gebruiksvriendelijk zijn voor jongeren. Na drie jaar project Ouderentechnologie zien participerende bedrijven dat deze aanpak geenzins hoeft te resulteren in 'bejaardenproducten' die niemand koopt (de grote angst bij producenten), maar in aantrekkelijke producten die gebruiksvriendelijk en toegankelijk zijn voor iedereen. Een ander positief aspect is dat ouderen die betrokken worden bij gebruikstesten zich meer bewust worden van hun rol als volwaardige, kritische consument.
Maar hoe herkent de consument een gebruiksvriendelijk product? Een keurmerk is een mogelijke oplossing, mits aan bepaalde voorwaarden voldaan. Zo moet dit een algemeen keurmerk voor 'goed gebruik' zijn in plaats van exclusief voor senioren. Alle gebruikersgroepen dienen erbij betrokken te worden, niet alleen oud maar ook jong, groot, klein, dik en dun, ook mensen met een handicap en, niet te vergeten, allochtone gebruikers. Verder zouden niet alleen consumentenartikelen getest moeten worden, maar ook algemene producten en diensten als kaartjesautomaten, betalingsmiddelen, toegangsdeuren, ziekenhuisbedden, etc. en alle producten inclusief gebruikshandleidingen.
Maar hoe een keurmerk voor gebruiksgemak er uit moge zien, bij de totstandkoming en de uitvoering is een continue raadpleging van een breed scala aan gebruikers, inclusief senioren, een vereiste.
|
Niet alles is bij wet geregeld |
Omhoog |
Wim Rogmans, Consument en Veiligheid
De doelstelling van de Stichting Consument en Veiligheid is het bevorderen van een veilige woon- en leefomgeving voor de inwoners van Nederland. Hiertoe onderzoekt Consument en Veiligheid om te beginnen de aard en omvang van de ongevallenproblematiek, voornamelijk met behulp van het Letsel Informatie Systeem (LIS). Het LIS is een continue registratie van alle ongevallen die gezien worden in de Eerste Hulpafdelingen van een representatieve selectie van de Nederlandse ziekenhuizen. Hiermee wordt een nauwkeurig beeld verkregen van de ongevallenproblematiek: leeftijd van het slachtoffer, betrokken producten, plaats van het ongeval, verwonde lichaamsdelen, activiteit van het slachtoffer, etc. De prioriteiten die hieruit volgen kunnen worden aangepakt met preventieve maatregelen, uit te voeren door Consument en Veiligheid zelf, of andere organisaties die een verantwoordelijkheid hebben voor de volksgezondheid, zoveel mogelijk in onderlinge samenwerking. Consument en Veiligheid opereert in het verlengde van het overheidsbeleid (ministerie van VWS).
Veiligheid van producten
De meeste consumentenproducten vallen onder de Warenwet, die met name toeziet op de veiligheid en gezondheid. Voor de meest risicovolle producten zijn er specifieke Warenwetbesluiten, zoals voor speelgoed en elektrotechnische toestellen. Een algemene bepaling in de Warenwet (artikel 18c) zorgt ervoor dat ook producten waarvoor geen specifiek besluit is uitgevaardigd kunnen worden aangepakt door de Inspectie Gezondheidsbescherming Waren en Veterinaire Zaken (Inspectie V & W, voorheen de Keuringsdienst van Waren). Naast de Warenwet zijn er diverse andere wetten die de veiligheid van consumenten regelen, zoals het Besluit Attractieveiligheid voor speeltuinen, attractieparken en kermissen, en de Wet Hygiëne en Veiligheid Zwemgelegenheden (WHVZ).
Hoewel er altijd wel iets te wensen overblijft, moet geconstateerd worden dat het huidige stelsel van wetgeving in Nederland, gecombineerd met het goed georganiseerde overheidstoezicht, een stevige vloer legt in de bescherming van de veiligheid en gezondheid van de burger. Het beleid van de overheid is erop gericht om voor de verdere uitbouw meer gebruik te maken van zelfregulering en marktwerking (Nota Veilig Thuis, ministerie van VWS, 1998). Een consumentenkeurmerk, zoals dat van het Keurmerkinstituut, past goed in dat streven. Niet voor niets is Consument en Veiligheid in 1997 een nauwe samenwerking aangegaan met het toenmalige Keurmerkinstituut Konsumentenprodukten, een van de organisaties die in het nieuwe Keurmerkinstituut zijn opgegaan. Door de inbreng van diverse inspectie- en opleidingsactiviteiten kon de basis van de organisatie flink worden verbreed, zodat nu een krachtige organisatie is ontstaan die zich ten doel stelt de kwaliteit en veiligheid van producten, diensten en accommodaties op een hoger plan te brengen. Het nieuwe Keurmerkinstituut staat sinds medio 1998 geheel op eigen benen; Consument en Veiligheid heeft zijn betrokkenheid ondergebracht in een zelfstandige beheersorganisatie.
Perspectieven voor een consumentenkeurmerk
Al sinds zijn oprichting in 1983 verwijst Consument en Veiligheid in zijn consumentenvoorlichting naar keurmerken, waar mogelijk naar keurmerken met een erkenning van de Raad voor Accreditatie. Hoewel het keurmerk "Goedgekeurd Keurmerkinstituut" geen specifiek veiligheidskeurmerk is, maar een totaalkeurmerk, maakt de veiligheid er integraal deel van uit, zodat Consument en Veiligheid het probleemloos bij consumenten kan aanbevelen.
Gezien vanuit de productveiligheid, zijn de twee keurmerken die nu opgaan in het nieuwe consumentenkeur tot nu toe goed vertegenwoordigd geweest in de rookmelders en de kinderproducten (traphekjes, kruiken, fietszitjes). Een bijzondere vermelding verdient het keurmerk verleend aan de oogmeting van nationale opticienketen, dit in aansluiting op de acties van Veilig Verkeer Nederland voor beter zien in het verkeer. Wat Consument en Veiligheid betreft mag het nieuwe keurmerk op veel meer terreinen een stevige rol gaan spelen. Gelet op de maatschappelijke tendens dat een steeds groter deel van de nationale economie wordt ingenomen door dienstverlening, verdient het aanbeveling dat het Keurmerkinstituut zijn inspectie- en certificatie-activiteiten in deze richting verder uitbreidt.
Enkele terreinen die uit veiligheidsoogpunt als eerste in aanmerking komen voor meer zelfregulering en marktwerking zijn:
Sport en recreatie
Sportbeoefening is verantwoordelijk voor ruwweg een derde van alle letsels in de privésfeer. Aandachtspunten hierbij zijn de veiligheid van zwembaden en sportaccommodaties, maar ook de gymles op scholen, waarbij een tiende van alle sportongevallen gebeurt. Als reactie op het grote aantal ongevallen in zwembaden heeft Consument en Veiligheid twee maanden geleden een platform voor de veiligheid in zwemgelegenheden opgericht; al in de eerste bijeenkomst bleek de wens om zwembaden te certificeren sterk aanwezig.
Doe-het-zelven
De deregulering van de bouwwetgeving, gecombineerd met de populariteit van het klussen in huis vraagt om een tegenwicht in de vorm van goede voorlichting over veilig klussen, en het gebruik van goede en veilige gereedschappen, beschermingsmiddelen en bouwmaterialen. Ook de brandveiligheid is hierbij aan de orde: denk aan vluchtwegen, brandwerende muren en plafonds, rookmelders, en het veilig installeren van elektrische en gasinstallaties.
Kinderveiligheid buitenshuis
Hierbij gaat het niet alleen om speeltuinen, waterpartijen, de school-huis-route, en het vervoer van kinderen, maar ook om de sterk expanderende kinderopvangsector (peuterspeelzalen, crèches, buitenschoolse opvang), waar -zoals bij veel nieuwe ontwikkelingen- de veiligheid vaak pas de aandacht krijgt die ze verdient nadat een reeks nare ongevallen is gebeurd.
Veiligheid van senioren binnenshuis
Een groot deel van de ongevallen onder senioren gebeurt in de eigen woning. Door het verbeteren van het gebruiksgemak en de veiligheidseigenschappen van alledaagse gebruiksgoederen valt hier nog veel winst te behalen. Consument en Veiligheid is een groot voorstander van het Design for all - beginsel: ontwerp voor de ouderen, dan is het goed voor iedereen. Consument en Veiligheid heeft indertijd de veiligheidseisen voor het Seniorenlabel voor woningen ingebracht.
Conclusie
Door twee bestaande keurmerken te laten opgaan in één nieuw keurmerk, schept het Keurmerkinstituut een belangrijke voorwaarde voor de opbouw van een invloedrijk consumentenkeurmerk. Naast het traditionele werkterrein van de consumentenproducten, verdient het aanbeveling de activiteiten uit te breiden naar dienstverlening aan consumenten.
|
Het beleid van het Keurmerkinstituut |
Omhoog |
Willem van Weperen, Keurmerkinstituut
Het Keurmerkinstituut is een onafhankelijke organisatie die de kwaliteit en veiligheid van producten, diensten en accommodaties voor consumenten wil verbeteren. De middelen om dit doel te bereiken zijn het uitvoeren van inspecties en keuringen, en het verlenen van het keurmerk "Goedgekeurd Keurmerkinstituut". Het instituut is ook gerechtigd voor diverse productgroepen de keurmerken "Milieukeur" en "Komo Keur" te verlenen. Het Keurmerkinstituut is voor deze certificatie-activiteiten erkend door de Raad voor Accreditatie. Ook is het erkend door het ministerie van VWS voor het uitvoeren van de wettelijk verplichte typekeuring van speeltoestellen.
Uitgangspunten
Hoewel de meeste klanten van het Keurmerkinstituut aanbieders van producten, diensten en accommodaties zijn, schakelen zij ons in om hun klanten beter van dienst te kunnen zijn, c.q. hen te overtuigen van de kwaliteit van hun product. Het Keurmerkinstituut oriënteert zich daarom op de klanten van zijn klanten, te weten de eindgebruiker. Dit betekent onder andere:
- beoordelingscriteria afleiden uit gebruikerswensen;
- afstemming met gebruikersgroepen en materiedeskundigen;
- promotionele ondersteuning van keurmerken en certificaten.
De dienstverlening van het Keurmerkinstituut wordt nagenoeg geheel gefinancierd door de aanbieders van producten, diensten en accommodaties. Dit vraagt garanties voor het op peil houden van de geloofwaardigheid richting consumenten, oftewel de onafhankelijkheid. Het Keurmerkinstituut zorgt hiervoor onder andere door:
- systematische interne kwaliteitszorg, uitgestrekt naar toeleveranciers;
- draagvlak van consumentgerichte organisaties;
- erkenning door RvA van de certificatie-activiteiten.
Speerpunten
De komende jaren concentreert het Keurmerkinstituut zich in eerste instantie op de nu bekende werkterreinen, te weten: consumentenproducten en diensten (niet-levensmiddelen), speelgelegenheden, sportaccommodaties, zwemgelegenheden, en de kinderopvang.
Nieuw is de actieve informatievoorziening aan de eindgebruiker via het Internet. De website van het Keurmerkinstituut bevat niet alleen meer simpele lijsten met goedgekeurde producten, diensten en accommodaties, maar wordt een interessant startpunt voor iedereen die op zoek is naar onafhankelijke informatie over producten, diensten en accommodaties. Twee voorbeelden:
- in de lijst met goedgekeurde wasmiddelen staat een verwijzing naar de plek op het Internet waar je de hardheid van het water in je woonplaats kunt opvragen;
- als de Consumentenbond de resultaten van een vergelijkende test op het openbare gedeelte van zijn website zet, dan verwijst de website van het Keurmerkinstituut ernaar.
De website is onlangs voor dit doel geheel gereorganiseerd: van etalage van de organisatie naar catalogus van onafhankelijke informatie.
Op het terrein van de consumentenproducten en -diensten biedt het nieuwe keurmerk gelegenheid het assortiment goedgekeurde producten en diensten flink te verbreden. Zeker de dienstverlening aan consumenten is een terrein met veel onzekerheden voor de afnemer, en dus mogelijkheden voor certificatie. Een aandachtspunt is de afstemming met andere onafhankelijke informatiesystemen, zoals het Milieukeur en het vergelijkend warenonderzoek. Het Keurmerkinstituut zal zich steeds inzetten voor harmonisatie van beoordelingscriteria.
Ook bij de accommodaties (speeltuinen, sportaccommodaties, zwembaden, kinderopvang) is het einddoel het verlenen van een keurmerk aan de accommodatie als geheel. Doordat de beheersbaarheid van de kwaliteit van een accommodatie vrij beperkt is, verwachten we niet op korte termijn veel keurmerken voor de accommodatie als geheel te kunnen afgeven. Wel kunnen op basis van inspecties deelcertificaten worden afgegeven voor bijvoorbeeld veiligheid en hygiëne, energiebeheer, en de kwaliteit van het toezicht in zwembaden.
|
| |
|
|
|