Geschiedenis van keurmerken
De geschiedenis van keurmerken in het algemeen gaat waarschijnlijk terug tot het gebruik van zegels in de oudheid. De geschiedenis van het keurmerk "Goedgekeurd, Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen" gaat terug tot 1926. Toen richtte de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen (NVVH) een apart instituut op om producten te keuren en propaganda te maken voor "praktisch en degelijk materiaal, wat, dankzij deze keuring en aanbeveling, gereeden aftrek" zou vinden. De naam van het instituut was Instituut tot Voorlichting bij Huishoudelijken Arbeid, kortweg IVHA, en tegelijk met de oprichting ervan werd het NVVH-keurmerk ingevoerd.
Zie ook de catalogus van keurmerken voor consumenten elders op deze site.
Tot de eerste artikelen waarmee het IVHA zich bezig hield behoorden een steelpan, die bij de steel niet schoon te krijgen was, en dozen postpapier, waarin te weinig papier zat in verhouding tot de enveloppen.
Vanaf de jaren dertig werkte het IVHA samen met onder andere de Gasstichting, de beheerder van het Giveg-keurmerk voor gastoestellen, en met de Kema, van het welbekende Kema Keur voor elektrische apparaten. In de eerste jaren na de oorlog (vanaf 1945) waren er door schaarste veel inferieure producten op de markt, zoals textiel met te veel "pap", zodat het NVVH-keurmerk een belangrijke rol kon vervullen. In de jaren vijftig kwam er een wet voor de veiligheid van elektrische apparaten, en werd het Giveg-keurmerk verplicht voor alle gastoestellen. Het Kema Keur bestaat nog steeds, maar het Giveg-merk is omstreeks de jaren tachtig opgevolgd door het Gaskeur. Sinds de jaren tachtig moeten alle elektrische apparaten en gastoestellen voldoen aan veiligheidsrichtlijnen van de EU, op grond waarvan ze het CE-merkteken voeren.
Door de groei van het IVHA, en het bedrijfsmatige karakter van zijn werkzaamheden, vond de NVVH het in de jaren zestig verstandiger het instituut los te maken van de Vereniging. De Stichting IVHA werd opgericht, en zij werd belast met het beheer van het NVVH-keurmerk. Dit gaf de ruimte voor een verdere professionalisering van het keuringswerk, hetgeen uiteindelijk leidde tot een meer zelfstandige organisatie, de Stichting Keurmerkinstituut Konsumentenprodukten. Halverwege de jaren tachtig werd de organisatie erkend door de Raad voor Accreditatie, het hoogste toezichthoudende orgaan op certificatie-instellingen.
In 1997 kwam een nauwe samenwerking tot stand met Consument en Veiligheid, wat resulteerde in een samengaan met de Stichting Speelkeur en de Stichting Kwaliteit Kinderopvang, en een verbreding van het werkterrein van het instituut naar speeltuinen, kinderopvang en sportaccommodaties. De activiteiten werden in 1998 ondergebracht in een nieuwe organisatie met de naam Keurmerkinstituut. Naast het NVVH-keurmerk beheert het Keurmerkinstituut ook voor enkele tientallen productgroepen het "Milieukeur". De betrokkenheid van de NVVH is beperkt tot inspraak bij de keuringseisen voor producten.
Ondanks de vele veranderingen in de loop van zijn bestaan, bleef het IVHA, en later het Keurmerkinstituut, grote waarde hechten aan de oorspronkelijke doelstelling om alleen "degelijk en praktisch" materiaal van een keurmerk te voorzien. Om dit te bereiken werd en wordt bij de keuring van producten naast het laboratoriumonderzoek gewerkt met gebruikerspanels. Dit garandeert dat de goedgekeurde producten niet alleen veilig zijn voor mens en milieu, maar ook nog eens dat ze goed bruikbaar zijn.
In 1998 is het NVVH-keurmerk vervangen door "Goedgekeurd Keurmerkinstituut", zie het verslag van de restylingsoperatie.
Een keurmerk is een compact, visueel kwaliteitsoordeel over een product of dienst, afkomstig van een betrouwbare bron. Het verschijnsel keurmerk is waarschijnlijk terug te voeren op het gebruik van zegels in de oudheid. Het Spectrum Opzoekboek Symbolen meldt hierover het volgende.
Zegel (Gr. sfragis, Lat. sigillum, vandaar sfragistiek of sigillografie, zegelkunde), oudtijds in Mesopotamië in gebruik als rolzegel, voorzien van spijkerschrifttekens en figurale voorstellingen. In de Grieks-Romeinse tijd werden zegelringen en later lakstempels gebruikt om de authenticiteit van geschriften te waarmerken. Daardoor werden zegels tot teken van rechtmatigheid en persoonlijkheid. Zo wordt in de bijbel (Jesaja 8:16) gezegd: 'Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder mijn leerlingen'. Zeer bekend is het 'boek met zeven zegelen' in de Openbaring van Johannes, waarbij het Lam die zegels verbreekt. De symbolische betekenis klinkt ook door in zegswijzen als 'zijn zegel op iets drukken', 'onder het zegel van geheimhouding' en 'het is bezegeld' (een voldongen zaak).
Bron: Symbolen. Historisch-culturele symbolen van A tot Z. Spectrum, Utrecht 1998 (ISBN 90 274 6663 7).