Veel gestelde vragen over kwaliteit van het zwembad
Raadpleeg ook de veel gestelde vragen over speeltuinen.
Lees ook de nieuwsbrieven over speeltuinen en kinderopvang, en onze maandelijkse consumententips. Neem een kosteloos en vrijblijvend abonnement op een of meer van deze e-publicaties.
De wet stelt minimumeisen aan de kwaliteit van het Nederlandse zwemwater, zowel van het oppervlaktewater als van het water in zwembaden. Het ministerie van VROM is verantwoordelijk voor deze wetgeving en de normen die eruit voortvloeien. VROM heeft op zijn website een dossier Zwemwater geplaatst (
www.vrom.nl, kijk bij Water). Hier worden o.a. diverse vragen over zwemmen in zwembaden en oppervlaktewater beantwoorden. Ook bevat het dossier een overzicht van de geldende wetten en regels, en een lijst van publicaties.
Het Attractiebesluit, waaronder de waterglijbanen vallen, schrijft niet getalsmatig voor hoe vaak een waterglijbaan moet worden geïnspecteerd. De Europese norm EN 1069-2 zegt hierover: "indien niet wettelijk geregeld minimaal 1 x per jaar" (art. 6). De beheerder is hoe dan ook wettelijk verplicht de waterglijbaan permanent in veilige staat te houden, en dat gaat niet zonder regelmatige inspecties.
De Wegwijzer Waterglijbanen van het Keurmerkinstituut beveelt het volgende aan:
- 1 x per dag globale visuele inspectie door zwembadpersoneel
- 1 x per 2 a 3 weken: uitgebreide visuele inspectie door zwembadpersoneel
- 1 x per kwartaal: interne onderhoudscontrole door technisch personeel zwembad
- 1 x per jaar: veiligheidsinspectie door onafhankelijke externe deskundige
- 1 x per 2 a 3 jaar: onderhoudsbeurt door leverancier/onderhoudsbedrijf
De Wegwijzer Waterglijbanen bevat een checklist met de punten die daarbij moeten worden nagelopen. De beheerder moet de controlefrequentie zonodig aanpassen aan de gebruiksomstandigheden, en de richtlijnen van de leverancier in acht nemen.
Het Attractiebesluit schrijft evenmin voor wie de periodieke inspecties moet uitvoeren, maar het spreekt vanzelf dat de inspecteur deskundig moet zijn. Daarom is het aan te raden in elk geval de jaarlijkse inspectie op te dragen aan een erkende keuringsinstelling.
Het Keurmerkinstituut kent in zijn inspectierapporten van "oudere" waterglijbanen (geplaatst voor 27 maart 2000) urgentiecodes toe aan de geconstateerde tekortkomingen. In de
toelichting op de rapportage wordt uitgelegd hoe de beheerder hiermee kan omgaan.
Niet alleen waterglijbanen, maar ook "droge" en "natte" speeltoestellen moeten voldoen aan het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (v/h BVAS). Dit geldt zowel voor het klimrek op de speelweide als voor de waterclown in het peuterbadje. De veiligheidseisen voor waterglijbanen staan in de Europese norm EN 1069, die voor speeltoestellen staan in EN 1176. Het Attractiebesluit voegt daar enkele verplichtingen aan toe, zoals regelmatige inspectie, degelijk onderhoud, en het bijhouden van een logboek.
Menige zwembadbeheerder weet niet dat een speeltoestel met een valhoogte groter dan 60 cm moet zijn voorzien van energie-absorberend bodemmateriaal. De absorberende eigenschappen zijn afhankelijk van de maximale valhoogte, dat is het hoogste punt dat een spelend kind kan bereiken. Bij lage toestellen (valhoogte tot 1 m) is gras voldoende absorberend. Op de website van het Keurmerkinstituut staat een overzicht van gekeurde bodemmaterialen, geordend naar de maximale valhoogte waarvoor ze kunnen worden gebruikt. De Europese normen stellen ook minimumeisen aan de afmetingen van het oppervlak dat met absorberend materiaal moet worden bedekt.